Inventarisatie en monitoring
Om verschillende redenen kan het nodig zijn de flora en fauna in een bepaald gebied te inventariseren: Indien er bijzondere planten en dieren in een natuurgebied voorkomen, is het wenselijk het beheer en de verdere inrichting op deze soorten af te stemmen. Ook is het wenselijk om na te gaan of het gevoerde beheer wel het gewenste effect heeft gehad. Tenslotte kan het bij ruimtelijke ingrepen, vanuit de Flora- en faunawet verplicht zijn vooraf te laten onderzoeken of er beschermde planten en dieren in het gebied voorkomen
Wij inventariseren de volgende soortgroepen:
- vleermuizen (met heterodyne batdetector, time-expansionapperatuur en boomcamera);
- vogels (broedvogelkartering volgens de BMP methode van het SOVON);
- kleine zoogdieren als Noordse woelmuis, waterspitsmuis en veldspitsmuis (met behulp van lifetraps met leefruimte);
- flora (beschermde en bijzondere soorten, vegetatiekarteringen volgens de Tansley-schaal, beoordeling van vegetaties als prioritair habitattype volgens de Habitatrichtlijn);
- grote en middelgrote zoogdieren (wildtellingen, sporenonderzoek);
- amfibieën en vissen (steeknetinventarisaties, pitfall-methode en inzet van zegen en electrovisserij);
- reptielen (zichtwaarnemingen, onderzoek met grondplaten en pitfall-methode);
- insecten (vlinders, libellen, sprinkhanen door zichtwaarneming).